|
|
|

|
|
Wilt u
ons een email sturen?
|
Schildwacht Ongediertebestrijders
werkt door het gehele land met het hoofdkantoor in Hoofddorp.
Schildwacht Ongediertebestrijders is
lid
van de
NVPB
( Nederlandse Vereniging Plaagdiermanagement Bedrijven), en
onze medewerkers zijn
S.V.O. (stichting vakopleiding ongediertebestrijding) of E.V.M.(Exameninstituut
Volksgezondheid en Milieu) gecertificeerd, dit alles is uw
waarborg, voor een deskundig en professionele oplossing van al
uw problemen.
Schildwacht Ongediertebestrijders heeft meer dan 20 jaar
ervaring en staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week
voor U klaar.
Door deze
ervaring, onze aanpak, permanente kwaliteitscontrole, nazorg en
het gebruik van de allernieuwste bestrijdings technieken en
producten, staan wij borg voor een effectieve bescherming van uw
bedrijf, personeel en niet te vergeten uw producten.
Plaagdieren
kunnen gevaarlijk zijn of grote schade aanrichten, maar wat
dacht u van uw opgebouwde reputatie?
Met Schildwacht Ongediertebestrijders
als bestrijdingsspecialist voldoet uw
bedrijf gegarandeerd aan alle kwaliteitsnormen van zowel uw
binnen- als buitenlandse afnemers.
Speciaal
voor de diverse kwaliteitsnormen hebben wij het SBP+
kwaliteitssysteem ontwikkeld.
Het
SBP+ kwaliteitssysteem bevat een aantal onderdelen welke
afhankelijk van de behoefte van iedere industrie, zorgsector en
detailhandel kunnen worden gebruikt of noodzakelijk zijn.
Iedere
tak stelt zijn eigen specifieke eisen ten aanzien van de hygiëne, de
veiligheid, inrichting van het productieproces en het magazijnsysteem
ten aanzien van het HACCP het BRC, AIB, Certex of het ISO..
Bovendien
bepaalt de aard van het productieproces of dienstverlening, samen met de
eigenschappen van de grondstoffen, halffabrikaat, eindproducten en/of
dienst, en ook de kwaliteit van de gebouwen en de ligging van het bedrijf
of instelling, in welke mate een bedrijf of instelling een risico loopt
voor besmetting met plaagdieren.
Het
SBP+ kwaliteitssysteem dient dan ook voor ieder
bedrijf of instelling afzonderlijk uit bestaande onderdelen te worden
samengesteld. Op deze manier krijgt men een systeem op maat, dat
beantwoordt aan de specifieke eisen van uw bedrijf of instelling.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Mollen (Talpa Europaea L.)
|
Uiterlijk
De mol heeft een zachte
pels die bestaat uit een dichte zwarte vacht en op z'n buik is ie
grijs. Van vocht of kou heeft de mol geen last, daar zorgt z'n water
en zand dichte vacht wel voor.
Twee minuscuul kleine ogen, zo groot als een flinke speldenknop, heeft
de mol wel, maar geen oren. 'Horen' doet hij met z'n tast en
snorharen, die ingeplant staan boven de spitse snuit. Alleen de vier
poten zijn aan de onderkant onbehaard. Het meest opmerkelijke zijn z'n
voorpoten, dit zijn krachtige graafwerktuigen, de naar buiten
gedraaide hand is verbreed met een extra vinger.
De nek is schijnbaar
verdwenen maar de kop kan wel degelijk onafhankelijk bewegen. Achter
de schouders is het lichaam vrijwel cilindrisch, de lichaamslengte
varieert tussen 125 en 165 mm. Mannetjes wegen ongeveer 120 gram en
vrouwtjes 90 gram.
Zintuigen
Mollen hebben een goed
ontwikkelde tastzin en een orgaan om veranderingen in temperatuur en
vocht waar te nemen, de reuk en gehoor zijn matig en het zicht is
slecht.
Voortplanting
De mannetjes verlaten
vroeg in het voorjaar hun territorium op zoek naar een vrouwtje,
daarbij schuwen ze geen water want mollen kunnen zwemmen.
De paring
vindt plaats in maart - april. Na een dracht van 4 -5 weken worden 2
-7 jongen geboren (meestal 4-5). De jongen wegen 3,5 gram en hebben
een lengte van 35 mm. In 3 weken zijn ze tot bijna volwassen lengte
gegroeid en is de vacht ontwikkeld.
De jongen worden 4 -5 weken
gezoogd en blijven daarna nog 2 -3 weken bij elkaar in het
gangenstelsel van de moeder. Eind juni gaan de jongen op zoek naar een
eigen territorium, er vallen echter veel slachtoffers door toedoen van
roofvogels, katten, reigers en het verkeer.
Territoria en gangenstelsels
In een gebied waar
mollen zich ongestoord kunnen ontwikkelen, hebben de mollen elk een
afzonderlijk deel van een groter
gangenstelsel. Buiten de periode dat er jongen zijn leven ze hier
alleen. Er is een stelsel van oppervlakkige gangen, ook wel jaaggangen
of ritten genoemd en een stelsel van diepere gangen. Bij de
oppervlakkige gangen wordt de grond meestal wat omhoog gedrukt, bij de
diepere gangen wordt de grond naar boven gewerkt en ontstaan hopen.
De
oppervlakte van een territorium is ca. 400 m². De verblijfsgangen
en holtes waar voedselvoorraden worden aangelegd, waar wordt geslapen
en waar het nest wordt gemaakt beslaan een lengte van om en nabij
de150 meter. Per uur kan een mol een gang graven van 12 tot 15 meter
lengte.
Ondergronds heeft de mol maar één vijand en dat zijn z'n
soortgenoten. Het eigen territorium wordt fel verdedigd tegen andere
voedselzoekende mollen. Iedere dag worden de gangen geïnspecteerd
op aanwezig voedsel en op indringers. Als er een territorium vrijkomt
wordt het snel ingepikt door de buren. Het territorium zit voor een
belangrijk deel in, onder en bij perceelscheidingen, zoals
afrasteringen, heggen, slootkanten en bermen.
Voedsel
Wormen vormen het
hoofdvoedsel van de mol, maar ook insectenlarven, poppen en slakken.
Dagelijks wordt de helft van zijn eigen lichaamsgewicht aan voedsel
verorberd.
Activiteit
De mol is niet 24 uur
per dag actief, meestal zijn er 3 activiteitsperioden van ongeveer 4
uur. Tussen november en februari valt er 1 periode samen met het
daglicht en is er een korte periode 's nachts. In de periode mei -
augustus is de rustperiode overdag wat meer variabel en is er door de
daglengte geen activiteit midden in de nacht.
Bestrijden van mollen
Het bestrijden van
mollen kan chemisch gebeuren d.m.v. fosforwaterstofpillen (PH3).
De pillen worden door een speciaal leggeweer in de rit gelegd waar ze
door invloed van vocht beginnen te gassen, dit gas heeft de reuk van
knoflook en is dodelijk voor de mol. Voor deze methode worden bepaalde
eisen gesteld aan de deskundigheid van de gebruiker en moet je een cursus
gevolgd hebben. (wij gebruiken deze methode niet meer, dit i.v.m. de
Deze cursus wordt onder andere
gegeven door :
AOC-Terra Cursus- en Contractonderwijs
Burgemeester Legroweg 33
9761 TA Eelde
050 368 23 90
http://www.aoc-terra.nl
Een andere methode is
het vangen met een vangkooi, de kooi wordt in de rit geplaatst en de
mol wordt gevangen als hij tegen een klepje aanloopt zodat er een
deurtje dichtklapt. De mol kan dan ergens anders worden vrijgelaten.
Men kan ook de mol uit de gang scheppen als men de mol ziet wroeten,
de meeste kans heb je om 8, 12 en 18 uur, en als je tegen de wind in
gaat wachten, je moet wel geduld hebben.
De meest toegepaste
methode is het vangen met een mollenklem.
Het plaatsen van een
mollenklem
Druk een dag van tevoren
de gangen en de hopen goed in, de volgende dag kan je dan zien of de
mol er nog is. Zet de klem op een rustige plaats, waar dus geen mensen
en dieren lopen, door trillingen wordt de mol verjaagd. Een mol gaat
meerdere keren per dag water drinken, zoek dus een gang die naar water
toe gaat. Graaf deze gang voorzichtig open en controleer of de gang
goed doorlopen is, dit is herkenbaar aan een gladde gang.
Haal de ingevallen grondresten weg en span de klem. Zet de klem
voorzichtig en stevig in de gang, zodat het lipje midden in de gang
zit, de ruimte tussen het lipje en de onderkant van de gang mag niet
groter zijn dan de mol. Maak de gang weer donker door hem te bedekken
met bijvoorbeeld een emmer. De mol komt aan, wipt het lipje omhoog, de
klem klapt dicht en de mol is onmiddellijk dood.
Deskundige
hulp
- Vormen de mollen een ware plaag?
Laat dan een deskundige ingrijpen.
Mollenbestrijding doen wij in heel
Nederland, wij werken uitsluitend met klemmen.
Tarief: € 45,- per uur, € 0,50
per gezette klem,
en € 0,28 per gereden kilometer,
gerekend vanaf Hoofddorp.
Uiteraard kunnen wij ook het onderhoud voor gemeenten verzorgen.
Met dank aan Piet Visser |
| |
|
|
|